VergelijkingVoor architecten

Houtblokken, pellets of multicombustible: hoe kiest u de biomassaketel al in het APS?

Mono- of multicombustible? Praktische vergelijking voor architecten en bouwheren in België: flexibiliteit, prijzen, premies 2026.

Bijgewerkt op 16 augustus 2026·5 min leestijd

Mono- of multicombustible: wat is het concrete verschil?

Een mono-combustible ketel aanvaardt slechts één type brandstof: pellets of blokken, nooit beide.

Een multicombustible ketel (zoals het gamma van Tatano) verwerkt meerdere brandstoffen op hetzelfde ketellichaam, met een regeling die de verbranding aanpast. Concreet start u het seizoen met blokken (lokale voorraad) en schakelt u over op pellets (geautomatiseerde levering) volgens beschikbaarheid en prijs.

  • Mono-combustible: eenvoudigere installatie, maar afhankelijk van één markt.
  • Multicombustible: één investering voor twee energiebronnen, verhoogde autonomie.
  • De pelletsilo blijft nuttig, ook bij multicombustible: hij automatiseert het pelletgedeelte.

Waarom wordt deze keuze in 2026 strategisch?

Prijzen van pellets en blokken evolueren niet parallel: het verschil varieert sterk van het ene seizoen op het andere, afhankelijk van weer en markten.

Door op beide in te zetten, houdt u marge: als pellets duurder worden, stookt u meer blokken; als hout schaarser wordt, schakelt u over op pellets. Voor een landelijk of perifeer project is dit ook een leveringszekerheid tegen strenge winters.

  • Blokken zijn eenvoudig stockeerbaar: een jaar verbruik past in enkele tientallen m³.
  • ENplus-gecertificeerde pellets garanderen een stabiele verbrandingswaarde en beheerst vochtgehalte.
  • Inzetten op twee brandstoffen dekt ook het risico op een lokale leveringsonderbreking.

Hoe verwerkt u deze afweging al in het APS?

In het Voorontwerp (APS) dimensioneert u de ketel op de totale warmtebehoefte, niet op één brandstof. Dat is de sleutel om de installatie later niet te moeten herzien.

Voorzie twee opslagruimtes vanaf het ontwerp: een droge, geventileerde blokkenruimte en een luchtdichte pelletsilo voor meerdere maanden autonomie. Eén buffervat bedient beide modi en vereenvoudigt de hydrauliek.

  • In een goed geïsoleerde nieuwbouw (150 tot 250 m²) dekt een vermogen van 12 tot 25 kW de behoefte.
  • Voorzie een leveringszone voor pellets (blaaswagen) vanaf de implanting van de stookruimte.
  • Een correct gedimensioneerd buffervat vermindert start/stop-cycli en verlengt de levensduur van de ketel.

Premies en regelgeving: de Belgische situatie in 2026

In Wallonië is de « Prime Habitation » biomassaketel actief tot 30/09/2026: basisbedrag 720 €, vermenigvuldigd met een coëfficiënt volgens inkomen (R1: ×6 = max. 4 320 €). Geplafonneerd op 70 % van de factuur (R1/R2) of 50 % (R3/R4).

In Vlaanderen is geen gewestelijke premie beschikbaar voor de biomassaketel (Mijn VerbouwPremie). Enkel het BTW-tarief van 6 % en eventuele gemeentelijke of provinciale steun via de Premiezoeker blijven toegankelijk. In Brussel zijn de verwarmingspremies sinds 1 januari 2026 opgeschort (Renolution): geen gewestelijke steun voor biomassa in 2026.

  • Elk geïnstalleerd toestel moet voldoen aan EcoDesign (EU 2015/1189) en norm EN 303-5 (CEN).
  • Pellets moeten ENplus-gecertificeerd zijn voor de beste prestaties en garanties.
  • Anticipeer op de Waalse vervaldatum van 30/09/2026 om het Premie Habitation-dossier op tijd in te dienen.

Persoonlijk advies nodig?

Ons team begeleidt u bij keuze, dimensionering en het indienen van uw premiedossier.