Houtblokken, pellets of multicombustible: hoe kiest u de biomassaketel al in het APS?
Mono- of multicombustible? Praktische vergelijking voor architecten en bouwheren in België: flexibiliteit, prijzen, premies 2026.
Mono- of multicombustible: wat is het concrete verschil?
Een mono-combustible ketel aanvaardt slechts één type brandstof: pellets of blokken, nooit beide.
Een multicombustible ketel (zoals het gamma van Tatano) verwerkt meerdere brandstoffen op hetzelfde ketellichaam, met een regeling die de verbranding aanpast. Concreet start u het seizoen met blokken (lokale voorraad) en schakelt u over op pellets (geautomatiseerde levering) volgens beschikbaarheid en prijs.
- Mono-combustible: eenvoudigere installatie, maar afhankelijk van één markt.
- Multicombustible: één investering voor twee energiebronnen, verhoogde autonomie.
- De pelletsilo blijft nuttig, ook bij multicombustible: hij automatiseert het pelletgedeelte.
Waarom wordt deze keuze in 2026 strategisch?
Prijzen van pellets en blokken evolueren niet parallel: het verschil varieert sterk van het ene seizoen op het andere, afhankelijk van weer en markten.
Door op beide in te zetten, houdt u marge: als pellets duurder worden, stookt u meer blokken; als hout schaarser wordt, schakelt u over op pellets. Voor een landelijk of perifeer project is dit ook een leveringszekerheid tegen strenge winters.
- Blokken zijn eenvoudig stockeerbaar: een jaar verbruik past in enkele tientallen m³.
- ENplus-gecertificeerde pellets garanderen een stabiele verbrandingswaarde en beheerst vochtgehalte.
- Inzetten op twee brandstoffen dekt ook het risico op een lokale leveringsonderbreking.
Hoe verwerkt u deze afweging al in het APS?
In het Voorontwerp (APS) dimensioneert u de ketel op de totale warmtebehoefte, niet op één brandstof. Dat is de sleutel om de installatie later niet te moeten herzien.
Voorzie twee opslagruimtes vanaf het ontwerp: een droge, geventileerde blokkenruimte en een luchtdichte pelletsilo voor meerdere maanden autonomie. Eén buffervat bedient beide modi en vereenvoudigt de hydrauliek.
- In een goed geïsoleerde nieuwbouw (150 tot 250 m²) dekt een vermogen van 12 tot 25 kW de behoefte.
- Voorzie een leveringszone voor pellets (blaaswagen) vanaf de implanting van de stookruimte.
- Een correct gedimensioneerd buffervat vermindert start/stop-cycli en verlengt de levensduur van de ketel.
Premies en regelgeving: de Belgische situatie in 2026
In Wallonië is de « Prime Habitation » biomassaketel actief tot 30/09/2026: basisbedrag 720 €, vermenigvuldigd met een coëfficiënt volgens inkomen (R1: ×6 = max. 4 320 €). Geplafonneerd op 70 % van de factuur (R1/R2) of 50 % (R3/R4).
In Vlaanderen is geen gewestelijke premie beschikbaar voor de biomassaketel (Mijn VerbouwPremie). Enkel het BTW-tarief van 6 % en eventuele gemeentelijke of provinciale steun via de Premiezoeker blijven toegankelijk. In Brussel zijn de verwarmingspremies sinds 1 januari 2026 opgeschort (Renolution): geen gewestelijke steun voor biomassa in 2026.
- Elk geïnstalleerd toestel moet voldoen aan EcoDesign (EU 2015/1189) en norm EN 303-5 (CEN).
- Pellets moeten ENplus-gecertificeerd zijn voor de beste prestaties en garanties.
- Anticipeer op de Waalse vervaldatum van 30/09/2026 om het Premie Habitation-dossier op tijd in te dienen.
Bronnen
Persoonlijk advies nodig?
Ons team begeleidt u bij keuze, dimensionering en het indienen van uw premiedossier.