MethodologieVoor architecten

EcoDesign en Klasse 5 : uw biomassavergunning in België vanaf het voorontwerp veiligstellen

Voorontwerp-methodologie voor architecten : conformiteit met EcoDesign 2015/1189 en EN 303-5 Klasse 5, CO₂-balans biomassa vs fossiel, en Belgische gewestelijke steun.

Bijgewerkt op 13 augustus 2026·5 min leestijd

EcoDesign en EN 303-5 Klasse 5 : waar hebben we het precies over ?

Verordening EU 2015/1189 regelt het op de Europese markt brengen van ketels en toestellen op vaste brandstof ≤ 500 kW. Voor biomassaketels geldt de verordening sinds 1 januari 2020 ; voor lokale verwarmingstoestellen (kachels, inbouw) sinds 1 januari 2022.

De norm EN 303-5 (CEN) definieert de prestatieklassen (1 tot 5) op het vlak van rendement, CO, NOx, fijn stof en OGC. Klasse 5 is vandaag de standaard die vereist is om de EcoDesign-plafonds te halen.

  • Strikte plafonds : CO, NOx, fijn stof, gasvormige organische stoffen (OGC)
  • Minimaal seizoensrendement van 75 % tot 79 % naargelang het type ketel
  • Verplichte DoP (Prestatieverklaring) en energielabel

Wat moet het vergunningsdossier bevatten om een weigering te vermijden ?

Zonder conform testrapport kan de administratie een aanvulling eisen of de vergunning weigeren. Drie stukken maken het verschil : de Prestatieverklaring (DoP) van de fabrikant, het testrapport EN 303-5 Klasse 5 van een aangemeld labo, en de brandstofcertificering (ENplus voor pellets). Het rapport moet recent zijn en opgesteld door een EU-aangemeld labo.

Tatano levert zijn ketels met deze volledige documentatie, klaar om in een Belgisch vergunningsdossier te worden opgenomen — een flinke tijdswinst voor de bouwheer.

  • DoP die expliciet « conform Verordening EU 2015/1189 » vermeldt
  • Testrapport EN 303-5 Klasse 5 van een EU-aangemeld labo
  • Voor pellets : ENplus A1-certificering aanbevolen (kwaliteit en traceerbaarheid)
  • Installatie- en onderhoudshandleiding bij het dossier voegen

Welke CO₂-balans tegenover stookolie en gas ?

Hout geeft bij verbranding de CO₂ vrij die de boom tijdens zijn groei heeft opgenomen (biogene koolstof), terwijl fossiele brandstoffen koolstof vrijgeven die al miljoenen jaren is opgeslagen. Volgens ADEME biedt lokale, gecertificeerde biomassa de beste balans van alle individuele warmtebronnen.

Voor een typisch nieuw Belgisch project (150 m², ≈ 15 000 kWh/jaar) vermijdt de overstap van stookolie naar een pelletketel meerdere tonnen netto-CO₂ per jaar, terwijl de EPB-conformiteit verzekerd blijft.

  • Biogene koolstof als neutraal beschouwd bij verbranding
  • ENplus-pellets : traceerbare en duurzame bevoorradingsketen
  • Voordeel bevestigd door ADEME vs stookolie en gas
  • Compatibel met EPB-normen voor lage-energie- en passiefbouw

Hoe integreert u deze keuzes vanaf het voorontwerp zonder meerkost ?

Drie beslissingen op voorontwerpniveau vergrendelen het dossier en het rendement. Neem in het bestek de DoP EcoDesign, het rapport EN 303-5 Klasse 5 en de ENplus A1-certificering op. Dimensioneer de pelletvoorraadbak (4 tot 6 m³ voor ≈ 1 jaar autonomie) al in het schetsontwerp, met aandacht voor de toegang voor de blaaswagen. Anticipeer ten slotte op het jaarlijks onderhoud via een onderhoudscontract.

Op financieringsvlak heeft alleen Wallonië vandaag een actieve gewestelijke steun via de Prime Habitation (tot 4 320 € in R1, vervaldatum 30/09/2026). Vlaanderen biedt geen biomassapremie ; in Brussel zijn de verwarmingspremies sinds 01/01/2026 opgeschort. Informeer u ook over gemeentelijke of provinciale steun via de Premiezoeker.

  • Voorontwerpbestek : DoP + EN 303-5 Klasse 5 + ENplus A1
  • Pelletvoorraadbak van 4-6 m³ voor ≈ 1 jaar autonomie
  • Wallonië : Prime Habitation tot 4 320 € (R1), 70 % van de factuur, vervaldatum 30/09/2026
  • Vlaanderen : geen gewestelijke biomassapremie ; Brussel : verwarmingspremies opgeschort

Persoonlijk advies nodig?

Ons team begeleidt u bij keuze, dimensionering en het indienen van uw premiedossier.